WSNP De Hel op aarde

HOME

WSNP-De hel op aarde

Een woord vooraf Dit artikel heb ik geschreven naar aanleiding van de tendens om de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen aan te bevelen als oplossing voor financiële problemen.

Feit is dat maar weinigen weten wat de WSNP voor de saniet (want zo noem je iemand die tot het gedrocht is toegelaten) nu werkelijk betekent.

Zelfs professioneel betrokkenen zoals bewindvoerders hebben geen idee wat de impact is op het dagelijks leven van de saniet en tot welke schokkende psychische, emotionele en zelfs fysieke schade de saneringsperiode van drie jaar kan leiden.

In het onderstaande relaas ga ik uit van de WSNP situatie voor ondernemers.

Niet van consumenten die met een lening of twee teveel Dirk Scheringa hebben gesponsord.

Een faillissement heb je zo aan de broek hangen. Ik heb ondernemers gesproken die zijn belazerd door hun klanten of compagnons. Ondernemers waarbij een futiliteit de katalysator was van een reeks gebeurtenissen die een gezond bedrijf binnen drie maanden tot schroot reduceerden.

Gevallen waarbij een wraakzuchtig ex-personeelslid met een hele goede rechtsbijstandsverzekering de ondernemer blut heeft geprocedeerd. Boekhouders die in minder geciviliseerde landen standrechtelijk geëxecuteerd zouden worden voor het werk dat ze hebben afgeleverd, maar waardoor de ondernemer in kwestie het onderspit moest delven in de discussie met de fiscus.

Ik heb het allemaal al gezien, allemaal al gehoord. Denk dus niet dat het jou niet zal overkomen. Dat dachten er zovelen vóór jou ook. Ongetwijfeld zijn er personen die menen dat dit stuk hier en daar ongenuanceerd is. Ik kan maar één ding zeggen: Dat klopt. Dus mail me maar niet over situaties die net even anders zijn dan hier onder beschreven.

Het is al een lang stuk geworden voor een forum of een blog. Wie meer wil lezen over de materie met al zijn mitsen en maren, die koopt maar het boek dat over een paar maanden uitkomt.

Ik wil wel een inhoudelijke discussie over de WSNP en over hoe het eventueel anders zou moeten. Of niet natuurlijk.

Ik zou zeggen, lees, huiver en laat me weten wat je er van vindt. Waarom de onwetenden de WSNP prediken De WSNP is in het leven geroepen om te voorkomen dat natuurlijke personen (menschen van vleesch en bloed, dus geen Vennootschappen) failliet verklaard worden. Onterecht heeft men dit vertaald in een ‘vangnet voor financiële problemen’.

Toegegeven, de WSNP heeft in veel gevallen voorkomen dat gezinnen met kleine kinderen uit huis geplaatst werden, en als clochards in kartonnen dozen achter het Centraal Station de nachten moeten doorbrengen.

En ja, de WSNP voldoet aan de verwachtingen die men had bij het instellen van de voorziening. Minder persoonlijke faillissementen, en meer mensen die een nieuwe start kunnen maken met en schone lei zonder schulden.

De statistieken zeggen het en de cijfers hebben gelijk, dus is het zo. De doelstelling is behaald, en verschillende staatssecretarissen kunnen weer een mooi projectje op hun CV zetten. Staat tenslotte wel goed als je voor de volgende kabinetsperiode solliciteert naar het ministerschap. Maar daar is niet alles mee gezegd.

De indruk is ontstaan dat een WSNP traject ‘makkelijker’ zou zijn dan een faillissement. Iets wat je even ‘doet’. Je gaat ‘gewoon’ de WSNP in en alles komt goed. Dit is alles behalve waar.

Maar ik snap wel waar die gedachte vandaan komt. Failliet gaan in Nederland wordt nog steeds gezien als een smet op iemands blazoen. Als een ondernemer kort geleden failliet is gegaan wordt daar door zijn omgeving wat besmuikt over gesproken. Er is werkelijk niemand die met open vizier naar je toe komt en gewoon vraagt hoe het met je gaat en wat er nu eigenlijk is gebeurd. Laat staan dat iemand dan vraagt of je ergens hulp mee kan gebruiken.

Tegenwoordig als een ondernemer failliet dreigt te gaan wordt er door zijn omgeving (familie, vrienden) al snel de WSNP gepromoot. “Want dan ga je tenminste niet failliet”. Gelukkig. De familie-eer is gered, en we kunnen gewoon met Piet een biertje blijven drinken in de kroeg. Niets aan de hand mensen, we kunnen gewoon weer rustig slapen, de crisis is bezworen.

De overeenkomsten tussen faillissement en WSNP Er zijn tussen een faillissement en een schuldsanering grote overeenkomsten, maar ook grote verschillen. In beide gevallen verliest de failliet / saniet het beheer over zijn vermogen, alsmede over het vermogen dat hij tijdens het faillissement / schuldsanering verwerft.

In termen van een faillissement betekent dit dat de failliet alleen een tafel, een stoel, zijn bed, kleding en de “gereedschappen van een ambachtsman” mag houden. Althans, zo staat het in de wet. Twintig jaar geleden werd deze wet door curatoren ook zo letterlijk uitgevoerd. Tegenwoordig blijken curatoren wat reëler naar de materie te kijken.

Een tv levert niet zo veel meer op tijdens een veiling. En zolang het interieur geen gecertificeerd antiek uit de Lodewijk XIV periode is, zal het de curator worst wezen. Tweehonderdvijftig euro voor een tweedehands Leen Bakker interieur zet niet zoveel zoden aan de dijk, dus waarom zou je dat dan weghalen? Het gebeurt nog wel, maar minder dan vroeger.

Het lijkt wel alsof de curator van nu meer naar de definitie van vermogen volgens de WSNP kijkt. Volgens de WSNP wordt alleen inboedel dat “boventallig” is ten gelde gemaakt ten gunste van de boedelrekening. Dus de caravan wordt verkocht, het IKEA dressoir mag blijven staan. De high-end stereoset wordt verkocht, maar het speelgoed van de kinderen blijft.

Zowel in geval van een faillissement als bij een schuldsanering mag de failliet / saniet een inkomen houden dat op 90% van het bijstandsniveau is vastgesteld. Alles wat meer wordt verdiend, gaat naar de boedelrekening. De verschillen tussen een curator en een Miranda Tot zover de overeenkomsten. Het zijn de verschillen die er toe doen.

Het grote verschil tussen een faillissement en een schuldsanering zit ‘m in twee zaken: De toezichthouder en de verplichtingen van de failliet / saniet. Om te beginnen met het faillissement.

Bij het uitspreken van een faillissement wordt er door de rechtbank een curator aangesteld. Een curator is een advocaat die zich heeft gespecialiseerd in het insolventierecht, en een aanvullende opleiding heeft gevolgd om tot curator benoemd te kunnen worden. De curator heeft dus een zware universitaire opleiding, dito driejarige stage en aanvullende opleidingen gevolgd, om uiteindelijk het vak te kunnen uitoefenen waar zijn ouders van gedroomd hebben.

Dit in tegenstelling tot de bewindvoerder WSNP. Iedere HEAO MER-muts die een cursus volgt mag zich bewindvoerder noemen. En dat is dan ook wat je zult aantreffen: een 25-jarige schoolverlater die jou gaat vertellen dat je het allemaal niet zo slim hebt aangepakt. Tien tegen één dat ze Miranda of Lonneke heet en dochter is van een apotheker – iemand die afgestudeerd is en toch winkelier is geworden (vrij naar Youp).

En Miranda heeft gekozen voor HEAO MER omdat ze “daar alle kanten mee op kan”. En dat blijkt handig voor Miranda als ze na een half jaar uiteindelijk toch zwicht voor de onmetelijke status en Toyota Yaris van de zaak die het vak van TempoTeam intercedente met zich mee brengt. Ik heb deze typering meerdere malen voorgelegd aan personen die momenteel in de WSNP zitten, en iedere keer was het antwoord: “Alsof je mijn bewindvoerder persoonlijk kent”.

Maar waar het om gaat is dat het beroep van bewindvoerder voor Miranda geen keuze is geweest, in tegenstelling tot de eerder genoemde curator. En dat merk je aan alles. Door de postblokkade komt je post al later aan, maar Miranda weet dat proces te vertragen tot een week of drie. Áls je post al aankomt.

Dus dat betekent dat je dochter van 7 pas een week ná de verjaardag van haar vriendinnetje de uitnodiging krijgt om op het partijtje te komen en dus nu pas snapt waarom haar vriendinnetje al een week geen woord tegen haar spreekt. (Jij bent allang blij, want geld voor een cadeautje is er toch niet.)

De oproep van de rechtbank om te verschijnen voor de zaak die jij hebt aangespannen krijg je nét een dag of twee te laat (“deze kregen wij gisteren pas binnen”). De rekeningen die je moet betalen vallen pas ná de betalingstermijn op je mat. Als je wat wilt vragen aan je bewindvoerder kun je alleen bellen tussen 9:30 en 11:00, maar niet op woensdag en vrijdag, en op de andere dagen is ze net buiten de deur. Emails beantwoorden doen ze alleen op oneven woensdagen als het regent.

Als je denkt dat het bovenstaande overdreven is, moet je maar eens struinen op de diverse WSNP fora op internet. De verhalen die je daar leest zijn gewoon bizar. Eén verhaal wil ik je niet onthouden: De saniet woont in de kop van Noord Holland. De toegewezen bewindvoerder is in Dordrecht gevestigd.

De post die vanwege de blokkade bij de bewindvoerder terecht komt, wordt niet doorgestuurd. De saniet moet het maar komen halen. Maar die reis kan hij niet betalen.

Uiteindelijk weet de saniet toch bij de bewindvoerder te komen. De bewindvoerder wijst een paar verhuisdozen vol ongeopende enveloppen aan met alle ongesoorteerde post van al zijn cliënten. Zoek het maar uit. Natuurlijk komen dit soort excessen ook voor bij advocaten, maar toch minder.

De advocaat kan in het uiterste geval zijn titel kwijtraken. Dit betekent dat hij dus 12 jaar voor niets heeft gestudeerd, in één klap uitgehockeyd is, zijn LinkedIn profiel kan opheffen en bij iedere promotie van zijn broer die medicijnen heeft gestudeerd het stilzwijgende oordeel van zijn ouders moet ondergaan. Dat is toch een nét iets andere insteek dan dat Miranda haar baan kwijt raakt en intercedente wordt bij TempoTeam.

Liquidatie van bezit of vergaren van vermogen? Het belangrijkste verschil tussen een faillissement en een schuldsaneringstraject is dat bij een faillissement liquidatie van bezit centraal staat, terwijl in een schuldsaneringstraject het vergaren van vermogen de achterliggende gedachte is.

Het lijkt hetzelfde, maar dat is het toch net niet. Op een bepaald moment is de curator klaar met het ten gelde maken van bezittingen. Er is gewoon niets meer. De curator zal dan bij de Rechter Commissaris een beëindiging van het faillissement aanvragen “wegens gebrek aan baten”.

Het is op, uit, klaar, over. De meeste MKB-faillissementen duren dan ook één jaar, het wettelijk minimum. Het vergaren van vermogen daarentegen houdt nooit op. Daar komt geen einde aan. En daar zit ‘m nou net de crux. Als je als saniet je drie jaar lang de pleuris hebt gewerkt om je schulden af te lossen, dan kan een crediteur verzoeken om een verlenging van de WSNP periode. De Rechter Commissaris kan dat verzoek honoreren als daarmee volledige betaling van de schuldeisers gerealiseerd kan worden. De totale WSNP periode wordt dan 5 jaar.

En juist dát maakt een schuldsaneringstraject zo zwaar. Het duurt zo veel langer dan een faillissement. “Maar,” hoor ik je al roepen, “bij een faillissement krijg je geen schone lei. De schulden blijven bestaan en de schuldeisers kunnen na het opheffen van het faillissement weer aan de deur staan.” Dat klopt.

Maar hoeveel schuldeisers zullen dat doen? In de praktijk hebben vrijwel alle crediteuren aan het einde van het jaar de openstaande schuld afgeschreven op de post “dubieuze debiteuren”. Daar is in een beetje serieuze begroting ook rekening mee gehouden. Vergeet niet; jouw crediteuren zijn ook ondernemers.

En jij hebt jouw ondernemersrisico te dragen, maar zij óók! En de meeste ondernemers schrijven een post gewoon af, omdat ze a) niet nog meer negatieve energie willen steken in het terughalen van die paar rotcenten en b) ze weten dat het hen óók kan overkomen. De enigen die je tot aan je dood blijven achtervolgen zijn de fiscus, het UWV en de Bank.

Het geld achter de schermen Maar ik wil nog even terug gaan naar de verschillen tussen een curator en een bewindvoerder. De curator krijgt een redelijke vergoeding voor zijn werk.

Die vergoeding wordt vastgesteld door de Rechter Commissaris, en hoe meer werk het faillissement met zich meebrengt, hoe hoger de vergoeding is die aan de curator wordt toebedeeld.

De bewindvoerder daarentegen, moet het doen met een maximale vergoeding van ca. € 55,- per maand. De bewindvoerder heeft ook gewoon een bedrijf te runnen. Een bedrijf met huisvestingskosten, personeel, kantoorkosten etc. Laten we nu eens stellen dat een bewindvoerder, om zijn bedrijf rendabel te laten zijn, rekent met een uurtarief van € 100,-. Dat houdt in dat deze bewindvoerder maximaal een half uur per maand, ofwel 7 minuten per week, kan besteden aan het dossier van een saniet. Dat is net genoeg om de post te verzamelen en door te sturen! De bewindvoerder heeft 250 dossiers nodig om zijn praktijk draaiende te houden, hoeveel mag je daar dan van verwachten? Ik heb dan wel even lekker afgegeven op de apothekersdochter, maar eigenlijk kan ze daar ook niet zoveel aan doen. Wellicht dat dat verklaart waarom Miranda binnen een half jaar vertrekt naar TempoTeam of Randstad.

De koning is dood, lang leve Lonneke Toch probeert Lonneke, die dan het dossier van Miranda heeft overgenomen, haar werk wel goed te doen. Je weet wel hoe dat gaat. Net van school, je eerste baan, dan wil je wel even indruk maken op de baas.

Dus als je dan na drie weken eindelijk je post krijgt, dan tref je van die kittige, kleine roze Post-Its op je post geplakt. “Weet u wel dat u geen nieuwe schulden mag maken tijdens de WSNP periode?” “Wilt u hierover contact opnemen?”. Ja, dat weet de saniet heus wel. Maar als Lonneke het dossier had gelezen, dan had Lonneke geweten dat je van 90% bijstandsniveau geen huurwoning van € 850,- en € 600,- vaste lasten kunt onderhouden. En dan heeft het gezin nog steeds niet gegeten!

En een goedkopere huurwoning is je nog steeds niet toegewezen door de gemeente. Maar daar heeft ze geen boodschap aan. Nieuwe schulden zijn nieuwe schulden, en als de saniet niet heel snel zorgt dat hij het oplost, vertelt ze het lekker door aan de Rechter Commissaris die dan de WSNP intrekt en je alsnog failliet verklaart.

Dertig procent van de schuldsaneringstrajecten haalt de eindstreep niet. Pure speculatie: Waarom ondernemers een kleinere kans op een schone lei hebben Ik kan er niet de vinger op leggen, ik ben geen onderzoek tegengekomen die mijn vermoeden bevestigt, maar ik denk dat die 30% vooral onder de ondernemers te vinden is.

Ondernemers hebben vaak een redelijk inkomen, met een dito uitgavenpatroon. En niet alle uitgaven kun je van het ene op het andere moment terugschroeven. Je koopwoning moet eerst nog verkocht worden. Een hoge huur is niet zomaar in te ruilen voor een lagere. Het is een heel ander verhaal als Ma Tokkie al in een getto-flat woont, en de rekeningen van de Wehkamp niet meer kan betalen van haar bijstandsuitkering. Ik wil de situatie niet baggitaliseren, maar ik denk dat je wel begrijpt wat ik bedoel.

Als je al op een minimum bestaansniveau leeft, maar schulden hebt gemaakt bij postorderbedrijven, mobile telefoonaanbieders, één van de leenfabrieken van ome Dirk of op andere manieren probeert om je levensstandaard op te krikken, dan is de WSNP niet zo een hele grote stap. Ik weet zeker dat ik met bovenstaande stelling niet heel veel vrienden maak, maar gesprekken met bewindvoerders bevestigen wel dit beeld. Werken kreng! Het vergaren van vermogen om je schulden af te betalen heeft nog een onverwachte consequentie: Als je in gemeenschap van goederen getrouwd bent, dan ga je beiden de schuldsanering in.

En dat betekent dat ook de partner van de saniet verplicht wordt 40 uur per week te weken. Als ik dit vertel aan de partners van ondernemers (en dat zijn dan veelal de vrouwen), dan reageren ze geschokt. “Maar dat kán helemaal niet, ik moet voor de kinderen zorgen”. Het is niet leuk om te doen, maar de enige manier om ze er van te doordringen dat dit menes is, is door advocaat van de duivel te spelen. En daar maak ik geen vriendinnen mee, kan ik je zeggen.

Maar de werkelijkheid wordt wél zo zout gegeten. Het kan de bewindvoerder noch de Rechter Commissaris namelijk ene reet schelen waar je je kinderen dan dumpt. Dat de kinderdagverblijven werken met wachtlijsten van een jaar of drie en je ouders te oud zijn of te ver weg wonen om die kleintjes op te vangen is namelijk geen reden. Werken, kreng! En ben je toevallig universitair geschoold biochemicus en er is even geen baan te vinden in jouw vakgebied?

Jammer, maar dan ga je maar kadavers uitbenen of zo (het koekjes inpakken is allang uitbesteed aan de sociale werkplaats en de Penititare Inrichting). En als je aangeboden werk niet aanneemt, dan is werkweigering een grond om je uit de WSNP te zetten en om te zetten in een faillissement. De kortzichtigheid van Lonneke Als je als ondernemer al in geen 15 jaar voor een baas hebt gewerkt, is de kans op een loonbetrekking heel klein.

Maar ondernemen is uit den boze. En nee, ook geen uurtje-factuurtje werk waar je geen investeringen voor hoeft te doen. Zelfstandigheid houdt een vergroot risico in op het maken van nieuwe schulden, en dat hebben ze liever niet. Dat je met je consultancy of interim werk € 125,- per uur / € 21.000,- per maand bruto toucheert doet dan niet ter zake. € 21.000,- bruto per maand is € 10.500,- netto.

Als je dan € 1.250 mag houden en dus € 9.250,- per maand op de boedelrekening kan doneren en dus binnen een jaar je schuld van een ton hebt ingelost… Tja, leg dat Lonneke maar eens uit. Dan is het toch wel lastig dat ze niet nét even beter had opgelet waardoor ze tóch in Leiden had kunnen studeren. De gevolgen Ik heb inmiddels heel wat ondernemers gesproken die failliet zijn gegaan of in de WSNP terecht zijn gekomen.

En mijn conclusie is dat de WSNP als veel zwaarder wordt ondervonden dan een faillissement. Een jaar stilzitten als je geschoren wordt, dat kunnen de meesten wel. Drie jaar vechten tegen een systeem dat wordt bewaakt door potentiële intercedentes is heel andere koek.

Veel ondernemers overwegen dan ook om de WSNP om te laten zetten in een faillissement. En dat is dan wel weer ondernemers eigen: Let’s get it over with. Even door de zure appel heen bijten, een jaartje schrijven aan een nieuw businessplan en dan weer lekker knallen. Fuck it. Fuck Miranda, fuck Lonneke. Maar ja dan krijg je weer ruzie met je vrouw. Veel ondernemers zijn binnen een paar maanden overspannen, naar de kloten.

Ze kunnen alles en willen veel maar mogen niets. Ondernemen is zoeken naar mogelijkheden. Hard werken zijn ze wel gewend, maar beperkt worden in zijn bewegingsvrijheid is de grootste straf die je een ondernemer kunt geven. De gevolgen zijn daarom niet alleen emotioneel en psychisch. Hartaanvallen, exceem op plaatsen waar je het nooit zou verwachten (“nee schat, ik ben niet vreemd gegaan”), hoge bloeddruk, pillen om te kunnen slapen, pillen om wakker te blijven, pillen om niet je kinderen letterlijk achter het behang te plakken, verwijten van partners en van jezelf, (v)echtscheidingen… De enigen die er beter van worden zijn de maatschappelijk werkers en scheidingscoaches (ja die bestaan…).

Hoe voorkomen? Zorg dat je bijtijds hulp inroept van een door de wol geverfde adviseur of neem de sanering zelf ter hand.

Het is op het gevaar af dat me preken voor eigen kansel wordt verweten, maar daar waar OndernemersKlankbord de mogelijkheden niet ziet, kan een insolventiespecialist net het verschil uitmaken.

Maar pas op: Er zijn commerciële aanbieders die je zonder kosten, of tegen een geringe bijdrage, kunnen helpen. Begrijp me goed, geen kwaad woord over NVVK schuldbemiddelaars.

Die doen prima werk. Maar zoals het vaker gaat met gesubsidieerde dienstverlening; ze krijgen te weinig betaald door de overheid om écht een verschil te kunnen maken. Op een schuld van twee ton, krijgt een NVVK schuldbemiddelaar € 4.500,- om het probleem op te lossen. Het lijkt veel geld, zeker als je het niet kunt missen, maar voor dat geld kun je gewoon weg geen juridisch waterdichte onderhandelingen voeren met de schuldeisers, correspondentie voeren met deurwaarders en advocaten, aanschuiven aan de onderhandelingstafel bij de bank en en passant op late uren de ondernemer in kwestie uit een dip praten.

De NVVK schuldbemiddelaars horen bij dezelfde club als de bewindvoerders. Oprechte mensen die je graag wíllen helpen, maar eigenlijk onvoldoende uren kunnen investeren om je te kunnen helpen. Een NVVK schuldbemiddellaar kan je alleen helpen als je bent uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op dat moment ben je geen ondernemer meer, maar consument.

En dan val je als consument onder de Wet Consumenten Kredieten. Een commercieel adviseur mág volgens die WCK geen schuldbemiddeling uitvoeren. Das ist verboten! Alleen advocaten, notarissen, deurwaarders en andere beëdigde notabelen kunnen je dan nog helpen. Én de NVVK leden natuurlijk. Op zich is dat een goede wet, ingeroepen na diverse excessen met commerciële schuldhulpverleners in de jaren ’90 die er met de buit vandoor gingen en de consument met een nog grotere schadepost achter lieten dan ze voor de hulp van het bureau hadden op te lossen.

Zolang je nog ingeschreven bent bij de Kamer van Koophandel kan een adviseur in het kader van Business-to-Business nog veel voor je betekenen. Goedkoper dan een advocaat, maar effectiever dan een NVVK schuldbemiddellaar.

Een insolventiespecialist kost geld, dat is waar. Maar als je als ondernemer tijdig inziet dat het niet meer gaat, en er is nog cashflow in je bedrijf, dan kan hij veel voor je betekenen.

Helaas kom ik te vaak tegen dat de ondernemer niet wil inzien dat het niet meer goed komt. Ook op het HigherLevel forum verschijnen nog wel berichten als: “Ik heb een faillissementsaanvraag binnengekregen, wie kan me helpen?”.

Eerlijk gezegd ben je dan gewoon te laat. Een half jaar eerder was een faillissement wellicht nog te voorkomen geweest.

Wie zijn cijfers goed op orde heeft kan – als hij eerlijk tegen zichzelf is – heus wel zeggen of de lopende cashflow de uitgaven van de komende drie maanden kunnen dekken. Maar kom dan niet met long-shots als: “Als deze offerte nu doorgaat, dan ben ik uit de zorgen”.

Het gekke is dat in die situaties die ene offerte nooit doorgaat. De kans op het winnen van de postcodeloterij is ongeveer even groot. Maar je hebt er wel drie maanden op gehoopt, en de beslissing om hulp in te roepen drie maanden uitgesteld. En die drie maanden kunnen net het verschil betekenen tussen het bedrijf redden en kennismaken met Miranda en haar collega’s. Failliet gaan is geen schande, er alles aan doen om een faillissement te voorkomen al helemaal niet.

Ruben van den Oord